T2T - Technische Analyse Mini Cursus


TECHNISCHE ANALYSE:

Technische Analyse is het bestuderen van grafieken van financiële markten aan de hand van koersontwikkelingen en volumes.

Grafieken ontstaan door koersontwikkelingen met een openingskoers, hoogste koers, laagste koers, slotkoers en volume. Het volume is het aantal verhandelde aandelen, contracten.

De drie belangrijkste basis principes van Technische Analyse zijn:

De markt verdisconteerd alles, alle gegevens zitten in de koersen verwerkt,
Koersen bewegen zich in trends (omhoog, zijwaarts, dalend),
De geschiedenis herhaalt zich.

 

FUNDAMENTELE ANALYSE

De grootste tegenhanger van Technische Analyse is Fundamentele Analyse. Fundamentele Analyse is het bestuderen van fundamentele gegevens van bedrijven zoals intrinsieke waarde, boekwaarde, liquiditeit, solvabiliteit, dividend rendement, koerswinst verhoudingen, winst per aandeel et cetera.

Beroemde Technische Analisten zijn: John Murphy, Ralph Acampora, Martin Pring, Steve Nison en Alexander Elder.

Beroemde Fundamentele Analisten zijn: Benjamin Graham en zijn leerling Warren Buffet. Warren Buffet is hiermee tevens de rijkste belegger aller tijden geworden.

Beiden zijn Value Investors, kort gezegd zoeken zij bedrijven met een zeer lage koers/winst (k/w) verhouding met grote winst potenties. Bedrijven die dus gezond zijn maar zwaar zijn ondergewaardeerd.

 

GRAFIEKEN

De technische analist werkt overwegend met grafieken. Er zijn diverse soorten grafieken maar de drie meest gebruikte zijn de:

lijngrafiek, deze is gebaseerd op de slotkoers
staafgrafiek, hierop staat de opening, hoogste, laagste en slotkoers
candlestick grafiek, deze heeft een vergelijking met de staafgrafiek maar met het verschil dat deze meer inhoud bied.

De candlestick grafiek heeft de laatste decennia een enorme toevlucht genomen, wegens de diepgang die deze grafiek toont. Steve Nison heeft de eeuwenoude techniek uit Japan vertaald in Technische Analyse met zijn boek "Japanese Candlestick Charting Techniques".

Hieronder treft u de drie soorten grafiek:

diverse soorten grafieken

Bij de lijngrafiek is de slotkoers de lijn. Zodoende krijgen we een grafiek die opvolgend is en dus een lijn is. Bij de staaf en candlestick grafiek is dat dus anders, deze grafieken hebben namelijk een opening, hoogste, laagste en slotkoers.

open, hoog, laag, slot

Bij de candlestick grafiek kan men tevens heel snel zien of het verloop van een candle stijgend of dalend is. Een rode (of dichte) candle geeft aan dat de opening koers hoger was dan het slot koers. Bij een groene (of open) candle is dat precies het omgekeerde, hier is de opening lager dan het slot. Een rode candle is bearish (dalend) en een groen candle is bullish (stijgend).

In het boek van Steve Nison  "Japanese Candlestick Charting Techniques" zijn hier zelfs complete strategieën mee mogelijk. Sommige patronen kunnen aangeven of er een ommekeer in de markt zit of niet.
 


DE TREND

"De trend is je vriend (the trend is your friend)" is een veel gesproken gezegde bij Technische Analyse. En ook het gezegde: "Ga nooit tegen de trend in (never buck the trend)". Er zijn drie richtingen mogelijk die dus de trend bepalen namelijk: stijgend, zijwaarts en dalend.

stijgende, zijwaartse en dalende trend

Een trend is dus gekwalificeerd in de volgende bewegingen:

Opwaartse trend heeft steeds hogere toppen en bodems (uptrend)
Zijwaartse trend heeft horizontale toppen en bodems (sideways)
Neerwaartse trend heeft steeds lagere toppen en bodems (downtrend)

De trend kan ook worden verdeeld in tijd kwalificaties. De 3 belangrijkste zijn:

Lange termijn (major term trend) deze duurt 6 maanden of langer
Middellange termijn (intermediate term trend) deze beweegt tussen de 3 maanden tot 6 maanden
Korte termijn (short term trend) deze heeft een periode tot 3 maanden

De markten bewegen dus in koersgolven, hier is ook weer een aparte theorie over namelijk de Elliot Wave Theorie. Deze theorie probeert aan de hand van koersgolven het verloop van de koersen in de toekomst te voorspellen.
 


STEUN EN WEERSTAND

Koersen bewegen in trends, hierdoor ontstaan toppen en bodems. Een vorige top of bodem dient of als weerstand of als steun.

Van een uptrend is sprake als de vorige bodem lager ligt dan de nieuwe en de toppen hoger komen te liggen dan de vorige.

Van een downtrend is sprake als de bodem lager komt te liggen als de vorige en de toppen tevens lager komen te liggen dan de vorige.

 

Een top dient dus als weerstand als deze gebroken wordt kan een trend omslaan in een zijwaartse trend of een stijgende trend.

Een bodem dient als steun wanneer deze gebroken wordt kan een trend omslaan in een zijwaartse trend of een dalende trend.

steun en weerstand

Bij de onderste grafiek kunt u nu heel goed zien dat een voormalige steun nu weerstand is geworden in deze down trend. Wanneer deze weerstand naar boven wordt gebroken kunnen de koersen zijwaarts bewegen of het is de start van een up trend.
 


KOERSPATRONEN

De meest bekendste koerspatroon is de schouder - hoofd - schouder patroon. Deze patroon ontstaat als er na een hogere top een lagere top wordt gevormd.

Het exacte patroon is een lagere top (linker schouder) een hogere top (hoofd) en een lagere top (rechter schouder) De bodems onder deze toppen vormen de neklijn. Wanneer de neklijn wordt gebroken is het patroon voltooid en kan er een daling plaats vinden van minimaal de top van het hoofd tot de neklijn en deze dan projecteren naar beneden bij de doorbraak.

Schouder - Hoofd - Schouder patroon
schouder - hoofd - schouder patroon

Een omgekeerde schouder - hoofd - schouder patroon geeft met veel zekerheid een bodem in de markt. Er is dan een linker bodem (linker schouder) en deze is hoger als de middelste bodem (hoofd) en rechts vormt zich dan een hogere bodem (rechter schouder). Het patroon is pas voltooid wanneer de neklijn (lijn boven de toppen) naar boven wordt doorbroken.

Omgekeerde Schouder - Hoofd - Schouder patroon
schouder - hoofd - schouder patroon

 

De volgende patroon komt ook zeer vaak voor en wordt altijd aandachtig bekeken, namelijk de dubbel bodem of dubbel top patroon.

De dubbele bodem patroon ontstaat wanneer er een bodem neergezet is en deze getest wordt. Wanneer de test succesvol is heeft men een dubbele bodem. Meestal kan er rond een dubbele bodem worden gekocht.

Een echt technische koopsignaal is pas boven de hoogste top tussen de twee bodems. Dat is het signaal volgens het boekje, vele traders en technische analisten hebben hier hun eigen methodes en systemen voor.

Dubbel bodem patroon
dubbele bodem patroon

De dubbele top patroon ontstaat wanneer er een top neergezet is en deze getest wordt. Wanneer de test succesvol is heeft men een dubbele top. Meestal kan er rond een dubbele top worden verkocht.

Een echt technische verkoopsignaal is pas onder de laagste bodem tussen de twee toppen. Dat is het signaal volgens het boekje, vele traders en technische analisten hebben hier hun eigen methodes en systemen voor.

Dubbel top patroon
dubbele top patroon

Naast de dubbele bodem en toppen kent men ook de drie dubbele toppen en bodems. In principe gelden hier dezelfde regels als bij de dubbele bodem en toppen.

Naast de bovenstaande omkeer patronen kent men ook nog vele soorten voortzetting patronen. De bekendste zijn: vlag en wimpel patroon, driehoeken, diamant formatie (deze komt zeldzaam voor), de rechthoek en de wig patroon. Ook een schouder - hoofd - schouder patroon kan een voortzetting patroon zijn.
 


INDICATOREN

Naast de trendlijnen, steun en weerstandlijnen heeft men ook indicatoren. Dit zijn wiskundige berekeningen van de koers en dienen als hulpmiddel om bijvoorbeeld een trend te identificeren of om bodems te bepalen. De indicatoren die de trend bepalen zijn de trendindicatoren en de indicatoren die de bodems bepalen zijn oscillatoren.

Nogmaals indicatoren zijn hulpmiddelen om te bepalen waar men kan kopen/verkopen. Net zoals een timmerman een hamer, zaag, beitel nodig heeft om zijn werk te kunnen doen.

Een veel gebruikte trendindicator is het voortschrijdend gemiddelde. Een eenvoudig voortschrijdend gemiddelde is een zeer eenvoudige indicator deze doet niets anders dan het bepalen van de onderliggende trend.

Een eenvoudig voortschrijdend gemiddelde is niets anders dan koersen over een bepaalde periode bij elkaar optellen en deze dan delen door deze periode.

Bijvoorbeeld een voortschrijdend gemiddelde van 10 dagen: alle koersen van die 10 dagen optellen en delen door 10. U heeft dan het 10 daags voortschrijdend gemiddelde.

De meest bekende voortschrijdende gemiddelden zijn:

Eenvoudige voortschrijdende gemiddelde de koersen over bepaalde periode worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door deze periode. Deze gemiddelde wordt aangeduid als MA (Moving Average).

Exponentiële voortschrijdend gemiddelde hier wordt telkens een bepaald gewicht toegekend aan de koers over een bepaalde periode. Deze gemiddelde wordt  aangeduid als EMA (Exponential Moving Average)

Gewogen voortschrijdend gemiddelde hier wordt telkens het gewicht lineair vermindert over een bepaalde periode, naarmate men terug gaat in tijd. Deze gemiddelde wordt aangeduid als WMA (Weigthed Moving Average)

 

Het moeilijkste is nu welke MA moet ik nu gebruiken. Dit is zeer verschillend en ook naar eigen inzicht. Hierdoor heeft ook iedere technische analist zijn eigen visie. Technische Analyse is naast wetenschappelijke bepalingen ook kunst want iedere technische analist interpreteert zijn inzicht en kennis namelijk anders.

Als richtlijn kan ik u het volgende vertellen:

een 10 daags gemiddelde wordt gebruikt voor de korte termijn,
een 50 daags gemiddelde wordt gebruikt voor de middellange termijn
een 200 daags gemiddelde voor de lange termijn.

Professionele partijen gebruiken 200 daags gemiddelde om trend te bepalen voor zeer lange termijn.

 De drie meeste gebruikte moving average .
moving average

Beleggen, daytrading, investeren etc. doet u voor de lange termijn! Ieder systeem faalt ooit eens, heb dus altijd minimaal een beleggingshorizon van 5 jaar. Heeft u dat niet? Dan kunt u beter niet gaan beleggen!